Bodemenergie is een duurzame techniek waarbij we energie uit de bodem kunnen winnen. Deze energie is van nature in de bodem en het grondwater aanwezig. Met de in de bodem aanwezige energie kunnen we gebouwen zowel verwarmen als koelen. Ook kan met een bodemenergiesysteem energie in het ene seizoen in de bodem worden opgeslagen, om later, in een ander seizoen, te worden ‘teruggewonnen’. Daarmee is bodemenergie een vorm van hernieuwbare energie.

Via boringen in de bodem kunnen gekwalificeerde en gecertificeerde boorbedrijven systemen aanleggen waarmee die energie kan worden gewonnen. In Nederland is het sinds 1 juni 2010 verplicht om gecertificeerd en erkend te zijn voor het mogen uitvoeren van diepe grondboringen en vanaf 1 oktober 2014 is het ook verplicht om gecertificeerd en erkend te zijn voor alle andere werkzaamheden aan gesloten en open bodemenergiesystemen. Alle leden van de brancheorganisatie GGBN die actief zijn in bodemenergie, zijn voor het ondergrondse deel van deze werkzaamheden gecertificeerd en erkend via de BRL2100 (voor het uitvoeren van diepe mechanische grondboringen) en de BRL 11000 (voor het uitvoeren van overige ondergrondse werkzaamheden aan een bodemenergiesysteem). De wet maakt daarbij nog een onderscheid tussen certificering voor open bodemenergiesystemen (BRL11000-A) en gesloten bodemenergiesystemen (BRL11000-B).

Opdrachtgevers hebben de keuze uit verschillende energieopslagsystemen met elk hun eigen, technische specificaties. Bodembronnen zijn namelijk voor uiteenlopende toepassingen te gebruiken: verwarmen en koelen van gebouwen, woningen, kassen en fabrieken maar ook voor het voeden van warmtenetten of zelfs de opwekking van elektriciteit.

De leden van GGBN zijn actief bij de realisatie van twee soorten bodemenergiesystemen: gesloten systemen en open systemen. (onderstaande teksten zouden – met een illustratie – in een ‘wegklikbare pop-up’ kunnen worden geplaatst.)

  1. Gesloten bodemenergiesystemen

Bij een gesloten bodemenergiesysteem worden PE leidinglussen in de grond aangebracht waardoor een vloeistof stroomt, vaak met een toegevoegd antivriesmiddel. De vloeistof in de leidinglussen neemt warmte of koude op uit de bodem en geeft die energie via een warmtewisselaar of warmtepomp af aan de bovengrondse installatie. Bij dit systeem wordt geen grondwater opgepompt, dus de vloeistof in de leidinglussen komt niet in contact met het grondwater. De leidingen worden soms horizontaal maar meestal verticaal in de bodem aangebracht tot een diepte van maximaal 300 meter. Dit systeem wordt ook wel een Verticaal of Horizontaal BodemWarmteWisselaar (VBWW of HBWW) systeem genoemd.

  1. Open bodemenergiesystemen

Bij een open bodemenergiesysteem onttrekt men wel grondwater vanuit een grondwaterbron. Dit grondwater wordt naar een warmtewisselaar of warmtepomp gepompt. Daar wordt de energie overgedragen aan de bovengrondse installatie waarna het opgewarmde of afgekoelde grondwater terug in de bodem wordt geïnfiltreerd. Na ongeveer een half jaar wordt de circulatierichting omgedraaid om de bron in balans te houden. De diepte varieert van 20 tot 300 meter onder het maaiveld.

Alle leden van de GGBN die zich bezighouden met bodemenergie zijn BRL2100 en BRL11000-A of BRL11000-B gecertificeerd en erkend.